TERUGBLIK: Filmavond – Hoe willen we wonen?

Op dinsdagavond 4 februari organiseerde BLASt een filmavond rond de vraag Hoe willen we wonen? Met ruim 60 bezoekers was de avond volledig uitverkocht. Het programma bestond uit twee films en twee verdiepende gesprekken over actuele woonvraagstukken: flexwonen en het combineren van wonen en werken in de stad. De grote opkomst en betrokkenheid uit het publiek onderstreepten de urgentie van deze thema’s.

Bij binnenkomst konden bezoekers doorlopend de video-installatie Flexscapes bekijken van multimediaal videokunstenaar Mirte van Duppen. In dit lopende onderzoeksproject verkent zij de Nederlandse wooncrisis vanuit het perspectief van flexwonen. Van Duppen documenteert flexwoningen, hun bewoners en de context waarin ze staan, zonder te oordelen maar door te luisteren en vast te leggen. In drie casestudy’s – The Garden (Tilburg), Buurtschap te Veld (Eindhoven) en flexwoningen in Vessem – combineert zij bewonersverhalen met gesprekken met ontwerpers en beleidsmakers. 

De avond werd geopend door Arjen van Drunen, wethouder Wonen van de gemeente Breda. Hij stond kort stil bij het overlijden van Bertwin van Rooijen, waarna hij het belang van reflectie en experiment binnen het woonbeleid benadrukte.

In het eerste gesprek stond flexwonen centraal als volwaardige en structurele bijdrage aan de woningopgave. Aan tafel zaten Arjen van Drunen, Luuk van Baalen (woonbeleid, gemeente Breda), Sabine Bakker (Laurentius Wonen) en Mirte van Duppen. De moderatie was in handen van Marc Holvoet

Van Drunen schetste hoe flexwonen in Breda is uitgegroeid van experiment tot een substantiële pijler binnen het woonbeleid, met inmiddels honderden gerealiseerde woningen. Daarbij werd benadrukt dat flexibiliteit en kwaliteit geen tegenpolen zijn: juist ontwerpkeuzes, inpassing in de omgeving en aandacht voor buitenruimte maken het verschil.

Uit zowel de film Flexscapes als praktijkvoorbeelden zoals De Stip bleek dat community building cruciaal is. Gedeelde buitenruimtes, zichtlijnen en collectieve voorzieningen dragen bij aan sociale cohesie. Tijdelijkheid zit vooral in de ruimtelijke afspraak, niet in de bouwkwaliteit: de woningen zijn permanent, maar flexibel inzetbaar. De lessen uit flexwonen – collectiviteit, participatie en aanpasbaarheid – werden benoemd als waardevolle input voor reguliere woningbouw en nieuwe beleidsinstrumenten, zoals woningsplitsing, pre-mantelzorg en hospitaverhuur. Flexwonen fungeert daarmee als proeftuin voor het wonen van de toekomst.

Na een korte pauze volgde de vertoning van de film Werkende Woonwijken van Eric Frijters. In een roadtrip door Nederland, België en Frankrijk onderzoekt hij hoe wonen en werken in de stad opnieuw met elkaar kunnen worden verweven. De film laat zien dat succesvolle combinaties al bestaan, met name in België en Frankrijk, waar woonfuncties bovenop werkruimtes worden gestapeld.

In het tweede gesprek gingen Jan van Gurp (economie, gemeente Breda), Reinout Crince (stedebouwkundige Den Bosch), Robbert Martens (VolkerWessels) en Eric Frijters in op de vraag of gemengde woon-werkmilieus ook in Nederland haalbaar zijn.

De conclusie was eensgezind: technisch en ruimtelijk kan het, maar succes hangt vooral af van organisatie, cultuur en het businessmodel. De strikte scheiding tussen wonen en werken blijkt historisch gezien een relatief recente keuze. Door ruimtegebrek, duurzaamheidseisen en economische druk ontstaat nu opnieuw urgentie om deze functies te mengen.

Niet alle bedrijvigheid is geschikt, maar een groot deel kan goed functioneren in woon-werkomgevingen, mits geluid, logistiek en emissies zorgvuldig worden opgelost. Overheden spelen hierin een sleutelrol via grondbeleid, vergunningen en het faciliteren van betaalbare werkruimte, bijvoorbeeld via nieuwe modellen zoals werkcorporaties. De kernboodschap: werkende woonwijken zijn geen financiële truc, maar een ruimtelijke en maatschappelijke opgave die bijdraagt aan identiteit, leefkwaliteit en een vitale stad.

De combinatie van Flexscapes en Werkende Woonwijken liet zien dat de toekomst van wonen niet zit in één oplossing, maar in nieuwe combinaties, andere schaalniveaus en een herwaardering van collectiviteit. Zowel flexwonen als gemengde woon-werkwijken vragen om ontwerpkwaliteit, langetermijndenken en een actieve rol van de overheid. De avond maakte duidelijk dat experimenteren noodzakelijk is, maar dat de opgedane kennis inmiddels groot genoeg is om structureel te worden toegepast. Niet als uitzondering, maar als nieuw uitgangspunt voor hoe we willen wonen, werken en samenleven.

Foto’s: © 2026 Ton van Beek & Roel Wildervanck